8:30 - 19:00

Ma t/m Vrij

Lokaal tarief

Corona, fraude en de Belastingdienst

Als u dit leest, ligt het zwaartepunt van de coronacrisis alweer achter ons. De gevolgen worden langzaam zichtbaar en, het kon niet uitblijven: de eerste meldingen van coronafraude dienen zich aan. Doorgaans gaat het om ondernemers die proberen het sturen van facturen uit te stellen, zodat er op papier minder omzet is. Een alleszins begrijpelijke gang van zaken. Als ik als ondernemer in de financiële knoop zat, zou ik proberen hetzelfde te doen. Dan kwam ik tenminste in aanmerking voor de NOW-regeling.

Ook in de Tozo-regeling voor zzp’ers en de TOGS, de tegemoetkoming in de vaste lasten, komen al onregelmatigheden voor. Subsidie op grond van de NOW-regeling is gemakkelijk aan te vragen, en doorgaans worden bedragen snel uitgekeerd. Controle moet in het najaar plaatsvinden. Dat zoiets vraagt om misbruik ligt een beetje voor de hand. De regering kan wel vragen geen misbruik van de geboden regelingen te maken, maar je moet wel erg sterk in je schoenen staan wil je niet proberen een of andere regeling door enige manipulatie van de feiten op jou van toepassing te laten zijn. Straks in het najaar komt de afrekening. Dat kan voor belastingadviseurs, accountants én de Belastingdienst nog wel eens een probleem vormen.

Na het genoten uitstel van betaling zal het immers tot ofwel betaling ineens, ofwel een betalingsregeling moeten komen. Betaling ineens is eigenlijk in verreweg de meeste gevallen uitgesloten, de meeste ondernemers zullen zich in die paar maanden tijd nog niet (volledig) hebben hersteld. Er zullen dus betalingsregelingen op maat moeten komen. Van de Belastingdienst wordt de nodige mankracht gevergd om te beoordelen of een betalingsmaatregel op maat mogelijk is, en of de ontvangen subsidie op terechte gronden is aangevraagd. Als dat niet het geval blijkt, kunnen er natuurlijk sancties worden opgelegd, en kunnen bepaalde faciliteiten worden teruggedraaid. Hoe druk de Belastingdienst het ook krijgt, wat in elk geval niet kan is de kosten die de extra werkzaamheden meebrengen verhalen op belastingplichtigen en/of hun adviseurs, of die nu kwaadwillend waren of niet.

De burgerlijke Kamer van de Hoge Raad heeft zich onlangs over dat laatste weer eens expliciet uitgelaten in een lezenswaardig arrest (HR 15-05-2020 nr. 19/00374, ECLI:NL:HR:2020:890). Het betrof een belastingadviseur die drie jaar lang voor duizenden klanten onjuiste aangiftes had verzorgd, waardoor deze belastingteruggaven ontvingen waarop zij geen recht hadden. De belastingschade bedroeg ruim 2 miljoen euro. Dat lijkt heel wat, maar uiteindelijk ging het om rond 500 euro per belastingplichtige over drie jaar. Minimale bedragen dus. Dat neemt niet weg dat het veel moeite kostte om alle aanslagen tot het juiste bedrag vast te stellen. De staat vorderde daarom een bedrag van 400.000 euro van de belastingadviseur wegens extra werkzaamheden als gevolg van ‘grootschalige en systematische fraude’.

De Hoge Raad zag er niets in: de fraude onderscheidde zich volgens ons hoogste rechtscollege niet van andere belastingfraudes, en de verrichte werkzaamheden behoren nu eenmaal tot de kerntaken van de Belastingdienst. Daarvoor wordt elk jaar in de Rijksbegroting een bedrag uitgetrokken, dus was er geen aanleiding om de belastingadviseur te veroordelen tot schadevergoeding. Om de kosten te dekken die voortvloeien uit de coronamaatregelen en eventuele frauderende rechthebbenden zal de Belastingdienst dus naar andere mogelijkheden moeten omzien.

Bron: Fiscaal Advies, 2020, nr. 4, pag. 30

Bericht delen

Share on facebook
Share on google
Share on twitter
Share on linkedin
Share on pinterest
Share on print
Share on email